Zesjescultuur? #noumoe

6-9Ik heb de Nachtwacht van vorige zaterdag niet uitgekeken, ondanks mijn interesse in de thematiek. En ook de opiniestukken van Professoren Duyck & Agirdag in De Standaard vandaag krijg ik met moeite gelezen. Het heeft niet alleen te maken met de polariserende opzet waardoor het gesprek zich niet verdiept of ontwikkelt naar nieuwe inzichten. Het heeft meer te maken met de verabsolutering van een eng idee van de wetenschap. Het is waarheid als het kwantitatief is. En wie het meest cijfers aan zijn kant krijgt, claimt dan de meeste waarheid. Het heeft ook te maken met een competitief maatschappijbeeld dat vooral Prof. Duyck zonder kritische zin propageerde. We moeten winnen in de kenniseconomie! Maar het heeft vooral te maken met een dubbele, persoonlijke kwetsuur. Als ervaringsdeskundige met twee zonen en een pluszoon en -dochter, allen in de overgang van secundair naar hoger onderwijs, kan ik alleen maar opstandig worden van zoveel engheid. In beide betekenissen van het woord. Het onderwerp wordt zo verengd dat ik het beangstigend vind.

Kwetsuur 1. Ik ben opgevoed in de jaren zestig en zeventig. De jaren van democratisering van het onderwijs. Als arbeiderszoon sociaal omhoog gestuwd door een eensgezinde focus op mijn schoolresultaten van ouders, ruimere familie en school. Alles stond in het teken van mijn dagelijks werk op school en de examenresultaten. Ik herinner me nog een strijd op het scherp van de snee voor plaats 3 in de klas in mijn laatstejaar klassieke humaniora. De top twee was onbereikbaar. Aan de universiteit zette ik door op mijn elan van goede student. Jaar na jaar. En daarna ben ik hard beginnen werken om de belofte van een hogere sociale positie waar te maken. En eenmaal min of meer bereikt, die te consolideren. Eerder laat dan vroeg ben ik beginnen beseffen dat geluk én succes in het leven niet alleen afhangt van cognitie. Dat ik met mijn opgestapelde kennis en expertise maar al te vaak geïsoleerd geraakte en brokken maakte. Dat emotionele, lichamelijke, creatieve, spirituele en politieke intelligentie ook belangrijk zijn voor succes en zeker voor geluk. En dat ik deze beperkt ontwikkeld had.

Kwetsuur 2. Ik ben mijn eerste kwetsuur pas echt onder ogen beginnen zijn als ik de effecten ervan zag op mijn eigen (plus-)kinderen. Ik koos voor hen ook de weg van cognitief presteren: de moeilijkste richting in een uitdagende school. En ik zette, bewust van mijn eigen lacunes, extra druk op hun sportieve en creatieve ontwikkeling. Tot heel dit verder opstuwen van de sociale mobiliteit stokte. Hun motivatie verdween even snel als hun aandacht voor sociale media en gaming groeide. Hun afhaken op school ging omgekeerd evenredig met mijn verzet tegen hun ‘zesjes-‘mentaliteit, zoals Prof. Duyck het zo mooi noemt. In een eerste toegeving aanvaardde ik de zesjes nog zolang ze zich ook ‘breed’ ontwikkelden buitenschools. Gaandeweg was ik al blij met alleen de zesjes. Tot het me daagde dat ik mijn relatie met hen op het spel zette door mijn eenzijdige aandacht voor hun cognitieve ontwikkeling vanuit een competitief maatschappijbeeld. Vanuit een crisismoment heb ik de bocht genomen. Naar vertrouwen geven. Niet boven maar naast gaan staan. Interesse tonen in hen als mens, niet als ‘leerling’. Loslaten van dogma’s van ‘eerst diploma en dan praten we verder’. Ik leerde bij mezelf merken wanneer ik vanuit angst en wantrouwen met hen omging en hoe hen dat verkleinde.

Die ommekeer is dankzij mijn kwetsuur 1 geen sinecure. Het vraagt aandacht en volgehouden moeite. Het voelt soms als beginneling zijn in een nieuw idee van ouderschap. Met alle nodige aarzeling en twijfel. Ondertussen met veel meer zelfvertrouwen en overtuiging. Het werkt. De macht van vertrouwen. Ook voor hun schoolresultaten. Maar vooral voor hun persoonlijke kracht en zelfredzaamheid. Ondertussen ben ik er ook van overtuigd dat we als maatschappij door een omwenteling gaan en dat die bemoeilijkt wordt door recepten van het verleden, zoals eenzijdige focus op cognitie. We kunnen proberen culturen die zeer eenzijdig inzetten op kennis de loef af te steken. Ik zie meer heil in het zoeken naar een nieuw samenlevingsmodel, zoals Fukuyama ook bepleit in De Standaard van vandaag. Vanuit een idee van integrale duurzaamheid, waarvoor ook creatieve, sociale en emotionele ontwikkeling hoog op de agenda staan. Is het niet zonneklaar dat we nood hebben aan jongeren die kunnen ondernemen, samenwerken, creëren en zich goed voelen in hun vel?  En dat dit enkel zal kunnen met leerkrachten en ouders die daartoe ruimte creëren, hen uitdagen en niet opsluiten in een enge kennisgevangenis?

Een gedachte over “Zesjescultuur? #noumoe”

  1. dag koen,
    dank voor je blog. ik haal me regelmatig het beeld dat je ooit schetste (ik weet niet meer waar of wanneer) van de fiets voor ogen. met de kinderen die vroeger achter je reden en jij die ze de (of jouw) weg leidde en de beslissing die je nam om ze vooraan te laten fietsen en wat dat doet met (zelf)vertrouwen, …. Dat beeld helpt me regelmatig om mijn ouderrol terug om te denken en me terug op het “rechte pad” te krijgen.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s