Hiërarchie, leiderschap en micro-politiek. 4. We kiezen niet vanzelf de juiste leiders

69744894_370120197266770_6882185715992494080_n
("Ghana Freedom", El Anatsui - Ghanese Pavilion 
at the Venice Art Biennale 2019)

Elke groep doet aan micro-politiek. Wie heeft het meeste invloed? Hoe worden de voordelen van invloed verdeeld? Hoe worden onvrede en frustratie over de onderlinge verhoudingen opgelost? Zeker in organisaties die de teugels van hiërarchie vieren zijn deze vragen schering en inslag. In 8 afleveringen laten we ons licht schijnen over hiërarchie in groepen: waarvoor is het nodig en hoe hou je hiërarchie gezond?

4. We kiezen niet vanzelf de juiste leiders

De conclusies over de effecten van hiërarchie zijn ambivalent en dat resulteert ook in twee wetenschappelijke strekkingen over het ontstaan van hiërarchieën: een eerder positieve, optimistische kijk en een eerder pessimistische. De functionalistische, optimistische kijk stelt dat groepen bepalen wie status of macht krijgt en dat ze diegenen kiezen met de juiste eigenschappen om voor de goede werking van de groep te zorgen. Functionalisme stelt dus dat groepen automatisch de leider kiezen die de meeste verdienste heeft, zowel qua talent, competentie als qua inzet.

De inschatting van die verdienste is niet evident en andere factoren werken soms verblindend zoals demografische kenmerken[i]. Zo toont onderzoek aan dat we algemeen maatschappelijke lagere status ook projecteren op individuen met die kenmerken. Zo is het voor vrouwen moeilijker om gezien te worden als expert[ii]. Ook leerlingen die tot lagere sociale klassen behoren komen lager in de sociale hiërarchie terecht in scholen[iii]. Ook persoonlijkheidskenmerken zorgen voor vooroordelen. Dominantie is eigenschap nummer één om gezien te worden als een leider, terwijl dominantie niet samenhangt met algemene cognitieve vaardigheden. We zijn ook geneigd om overassertieve, (licht) narcistische, risiconemende groepsleden te kiezen als onze leiders. Eenmaal we ze met macht en/of status bekleed hebben worden die eigenschappen nog versterkt [iv]. Eveneens moeilijk om in te schatten is in welke mate mensen die we macht en/of status geven, bezig zijn met eigen- en of groepsbelang.

Desalniettemin is de basishouding van deze stroming in de wetenschap positief tegenover hiërarchie. Hiërarchie komt voort uit en stimuleert samenwerking. Onderzoek toont aan dat groepen de persoon kiezen met de hoogste expertise om verantwoordelijkheid te nemen voor de taken of die meer genereus en betrokken is met de groep en zich gemakkelijker opoffert. Egoïstische groepsleden krijgen een lagere status en worden zelfs uitgestoten. Idem voor agressieve, dreigende groepsleden. ‘Nice guys don’t finish last’[v]. Ook duidelijk is dat status en macht ‘gegeven’ en niet genomen kunnen worden. Groepen keren gemakkelijk hun rug naar hiërarchie als ze merken dat deze niet ijvert voor het belang van de groep[vi]. Hiërarchie werkt alleen als het legitiem is. Als de legitimiteit verdwijnt rest alleen harde dwang en controle voor de persoon aan de top.

Ander onderzoek spreekt deze positieve kijk op hiërarchie tegen. De dominantie-theorie stelt dat hiërarchie ontstaat uit conflict en competitie. Aangezien een hogere rang veel voordelen heeft wordt er om gevochten. Niet zozeer de verdienste van het groepslid voor het welzijn van de groep, maar de wil naar macht en controle, samen met het vermogen om anderen af te schrikken en te overwinnen bepalen de rangorde. Hiërarchie is geen meritocratie, maar een pikorde die zich vormt op basis van schermutselingen, (fysiek) machtsvertoon en -spel. Testosterone, agressiviteit en de bereidheid om te vechten bepalen de uitkomst. Vanuit dit model is hiërarchie situatie-onafhankelijk en meer persoonsgebonden. Zo kennen we allemaal personen die ‘altijd en overal de baas (willen) zijn’. En we weten ook uit ervaring hoe snel en ijzig een situatie kan worden als de positie of macht van een persoon uitgedaagd wordt.

De dominantietheorie verklaart ook de vaak negatieve effecten van hiërarchie. Groepen geven zich over aan dominante, sterke figuren die niet noodzakelijk de beste intenties of eigenschappen hebben. Deze theorie verklaart ook waarom hiërarchie zich bijna instant vormt en zeer snel rigide is. Zo blijkt rangorde in spreektijd tussen mensen en in groepen binnen enkele minuten te ontstaan en niet gemakkelijk te veranderen[vii]. Vanuit de functionalistische theorie valt dit niet te verklaren. Een groep zou alle tijd nemen die nodig is om de juiste afwegingen te maken en ondertussen redelijk vlak blijven functioneren. Of een groep zou hiërarchie bijstellen naarmate meer informatie beschikbaar wordt. Het tegendeel is waar. Heel snel ontstaat consensus in de groep over de rangorde en deze bevestigt zichzelf op allerlei manieren. Geslacht speelt hierbij een rol. Vrouwen doen er langer over om een hiërarchie te vormen en de rangorde is ook minder steil[viii]. Het lijkt er op dat vrouwen minder gedreven worden door macht en controle.

Wordt vervolgd: 5. It’s politics

[i] Onder andere Anderson, C. & Kennedy, J. (2012), Anderson, C. & Brown, C. (2010).

[ii] Thomas-Hunt & Philips (2004) in Bunderson, J. & Reagans, R. (2011)

[iii] Cohen 1982, 1984 in Bunderson, J. & Reagans, R. (2011)

[iv] Anderson, C., & Brown, C. (2010).

[v] Anderson, C. & Kennedy, J. (2012), p. 63.

[vi] Lammers et al. 2008 in Bunderson, J. & Reagans, R. (2011)

[vii] Anderson, C. & Kennedy, J. (2012)

[viii] Anderson, C. & Kennedy, J. (2012)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s